Of we zeker weten dat we dit nu willen? We kunnen ook nog een jaar wachten. Aldus de kinderarts. De kans op een anafylactische shock is ook bij een huidtest aanwezig. We zijn in het ziekenhuis. Voor verder onderzoek naar de pinda-allergie van Dex. Ze willen ooit provoceren. Later. Als hij groter is. Dat betekent kleine hoeveelheden van het allergeen waar je allergisch voor bent toedienen. Zo kan je zien of, en bij welke hoeveelheid je lichaam reageert. Bij Dex is dat nog te gevaarlijk. Vanwege zijn leeftijd, maar ook gezien de heftigheid van zijn eerste keer. Een anafylactische shock wil je niet nog een keer meemaken. Daarom gaan we nu voor een huidtest.

We kunnen ook kiezen voor bloedonderzoek. Om daarna stap voor stap verder te gaan. Maar dat doen we niet. We zijn hier niet voor niks. We moeten weten hoe we er nu voor staan. We zijn alle drie doorzetters. En een beetje eigenwijs. Misschien wordt het beter. Kan hij wel een kleine hoeveelheid pinda aan. Die kans is volgens onze arts nihil. Onze kinderarts-allergoloog doet niet anders dan dit soort gevallen zien en zit ook in meerdere onderzoeksteams. Maar je zal maar net die ene zijn, zeg ik eigenwijs. Dus we gaan ervoor.

Kleine sneetjes in dat kleine onderarmpje met daarin een beetje pinda-extract. En dan wachten. Heel veel lange minuten wachten. Dex huilt maar is wel rustig. Ik ben mega-gestresst en Frank zegt niks. Bij elke kick die Dex geeft zit ik bijna tegen het plafond. Krijgt hij al vlekken? Blaast hij op?

Er. Gebeurt. Niks.

Hoe onze grootste vijand onze vriend wordt...

Niks?! Onze altijd nette spraakzame kinderarts staat met zijn bek vol tanden. Dit is een mega-uitzondering op de regel. Dit gebeurt eigenlijk nooit. Dit zou dus betekenen dat hij niks meer heeft! Niks als in; geen allergie meer, niks. Kinderen kunnen over allergieën heen groeien. Meestal vanaf minimaal 4 jaar oud en de kans is dan ongeveer 20%. Onder de 4 jaar is die kans nihil. Het voelt alsof we in candid camera zijn beland en alsof onze kinderarts een bizar goede acteur geworden is. Maar het levende bewijs loopt lachend rond. Zonder shock, zonder ook maar enige uitslag.

Dus we mogen provoceren in het ziekenhuis in Delft. Pinda’s eten. Verstopt in muffins. Einde van de dag 25 pinda’s gegeten betekent allergievrij. En toen kwam corona. Drie lange maanden volgden. Waarin we moesten doen alsof Dex nog allergisch was. Want 2% kans dat hij toch nog zou reageren bij het provoceren. En toen kwam de verlossende brief. We mochten komen. Met lood in de schoenen, maar ook een beetje opwinding. Zou het dan toch echt!? We beginnen met een honderdste van een pinda. Deze hoeveelheid wordt elk half uur opgevoerd. Verstopt in muffins. Voor Dex was dit een dag van eten en spelen. Voor mij was dit één de langste, zenuwslopende dagen uit mijn leven. Het is eten en observeren. Samen met een kinderarts, diëtist en een verpleegkundige. Zodat ze gelijk kunnen ingrijpen als er iets gebeurt. Als hij toch reageert. Dex is een hoog-risico patiënt. Dus ze hebben niet veel kindjes vandaag op de kinderafdeling.

En toen gebeurde er weer helemaal niks. Ook niet na 25 pinda’s. Het bijna onmogelijke werd opeens mogelijk. Mijn kind eet pinda’s. Voor ieder ander de normaalste zaak van de wereld maar voor mij het mooiste geschenk. Na een lange dag zijn de laatste woorden van de kinderarts: ‘Gefeliciteerd, hij is niet meer allergisch!’ Hoe dan?! En nu? Vragen waarop ze geen antwoord hebben. Behalve dan dat we een lot uit de loterij hebben! Zo heftig als het kwam zo heftig is het ook weer verdwenen. Het waarom en hoe zullen we dus nooit weten. Noem het heel veel mazzel. We mogen de EpiPen inleveren. We mogen en kunnen alles doen. Uit eten, naar feestjes, schoolreisjes, de wereld over, hij kan later iedereen kussen, oliebollen eten, en zoveel meer. Maar ook geen zorgen meer. Geen angst. Ik hoef niet meer elke avond boven zijn bed te hangen omdat ik bang ben. Bang dat hij toch iets verkeerds binnen heeft gekregen en het opeens foute boel is. Bang voor alles en iedereen buiten ons huis. Voor een telefoontje van de kinderopvang. Ik barst in tranen uit en de lieve verpleegkundige met mij. Omdat dit zo bijzonder is. Een lot uit de loterij.

We lopen de ziekenhuisgang uit en kijken nog 1x om. Het personeel zwaait ons uit tot nooit meer ziens. Dex roept: hé dokter, ik ben niet meer pindaziek hè!

En dat is het begin van ons nieuwe leven..

Mama zijn is peanuts.

Dankwoord
Een voor ons onbekende wereld werd opeens ook onze wereld. Ik heb na 2 jaar zo ongelooflijk veel respect en begrip gekregen voor iedereen die moet leven met een allergie. Het heeft mijn kijk op veel dingen veranderd. Met bijna een schuldgevoel naar alle mensen die wel nog met een allergie moeten leven heb ik deze blog geschreven. Een diepe buiging voor jullie.
Grote dank aan de Stichting Voedselallergie voor het delen van mijn verhaal. Jullie gaven mij een platform en ook al herinnert zich maar één iemand ons verhaal, dan is mijn doel bereikt.
Voor alle mama’s met kinderen met allergieën; er is dus hoop! Je hoeft maar net die ene te zijn. En voor alle nieuwe mama’s; geef ze pindakaas! Zo vroeg mogelijk, vanaf 4 maanden. Als wij dit wisten had het ons misschien heel veel ellende bespaard. Volg de adviezen van het CJG. Ze zijn er niet voor niks.